hardlopen / persoonlijk

Rotterdam, wat was je warm

Avatar

Rotterdam, wat was je warm

Ik kan nog lopen.

Dat was het enige dat ik kon denken na de finishlijn. ‘Ik kan nog lopen. Ik ben er nog. Ik heb het gehaald.’

Strompelend langs de flesjes water en sportdrank. Een medaille omgehangen krijgen. Foto maken. Verder strompelen. Appel aannemen en dan het finishvak uit. Ik haalde mijn tas op bij het afleverpunt en dook toen de koelte in van de omkleedruimte. Even zitten, even bijkomen.

Het was nodig, want damn, wat was het warm. Bijna 5 uur lopen onder een brandende aprilzon – tijdens het bijkomen achteraf verklaarde ik mezelf alsnog voor gek. Ik wist al wel dat ik niet de beste loper ben als het warmer is dan pak ‘m beet 15 graden. Mijn lichaam is er nog niet aan gewend. Tijdens de zomermaanden, toen mijn lijf dat wel was, merkte ik ook al dat ik het gewoon niet zo goed doe op hogere temperaturen.

Dat is helemaal niet erg tijdens een training, maar tijdens mijn eerste marathon had ik het liever íets koeler gehad. Gelukkig waren er veel water- en sponsposten onderweg. Gelukkig waren er een paar stukjes parcours met schaduw, voor de afwisseling. Gelukkig zorgde het prachtweer er wel voor dat mensen rijendik langs de kant stonden. In de laatste twee kilometers was dat goud waard hoor.

Renners verkleed als bruidspaar

Maar goed, dat wist ik allemaal nog niet, zeven uur eerder. Mooi op tijd in Rotterdam aangekomen, nog even gebuurt met de Ik Begin Vandaag matties, totdat #lacoach zei dat ze zenuwachtig werd omdat ik mijn tas nog niet had afgegeven. Met Mireille, Dianne en Mentha belandde ik uiteindelijk in het startvak voor wave 5. Van Lee Towers kreeg ik overigens helemaal niks mee (ben ik de enige?).

We hoorden hoe wave 3 en 4 voor ons mochten starten. Toen wij aan de beurt waren, dook ik toch nog maar even een dixi in voor een zenuwplasje. Ik ging alleen over de startlijn, maar kwam anderen onderweg een paar keer tegen. De eerste 5 kilometer gingen… rustig en eigenlijk wel lekker. Twee mannen liepen bij me in de buurt, verkleed als bruidspaar. Dat gaf veel bekijks en afleiding, helemaal toen een deelnemer achter ze ging lopen met een trompet (?!) die de bruidsmars kon spelen terwijl hij rende(?!!).

We draaiden een smalle weg op. Binnen een paar minuten kreeg ik flashbacks naar de Vierdaagse van Nijmegen, de weggetjes langs de Waal, de marcherende militairen die er langs wilden, de schuifelende blarenlopers die ik zelf wilde inhalen… Kortom: de paar kilometers die volgden, kostten me mentaal meer energie dan de rest van het parcours bij elkaar.

Toch had dat inhouden en nog meer inhouden een groot voordeel. Ik liep in ieder geval niet te hard. Rond kilometer 15 (zo herinner ik het me althans) werd het parcours weer breder en kwam de waterpost in zicht. Dat was het moment waarop ik dacht: ‘Oké, deze marathon gaat misschien niet zoals je had gedacht en gehoopt. Maar je bent er, je loopt nog, je benen willen. Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat.’

Als je benen maar blijven gaan

Het kostte me even om me daarbij neer te leggen. Dat het me uiteindelijk wel lukte, heeft me ontzettend geholpen. Ook het feit dat vriend, moeder en zoon 1 pas bij kilometer 30 stonden, bleek een goede keuze. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om te stoppen voordat ik ze gezien zou hebben. En na pak ‘m beet driekwart van de marathon opgeven… Niet als mijn benen nog gingen.

Die gingen nog, toen ik langs de kubuswoningen kwam en naar ze uit kon kijken. Even ervoor had ik de Erasmusbrug voor de tweede keer bedwongen (beduidend langzamer dan de eerste keer, haha) en weer daarvoor kwam ik coach Laetitia tegen. Wat ik eigenlijk al niet meer had verwacht, wat de high five extra fijn maakte.

Het moment dat je dierbare mensen ziet, zo langs de kant, die hun longen uit hun lijf schreeuwen voor je. Dat was een van de mooiste dingen van #demooiste. Looking at you, Alies L.

Weer gaan rennen, in de wetenschap dat je nog 12 kilometer moet en de mensen die aan de andere kant van de weg lopen die afstand al bedwongen hebben… Dat is een van de minder mooie dingen. Al kwam ik niet zozeer de man met de hamer tegen, geloof ik. Na kilometer 25 was mijn tempo al steady aan het dalen. De beweging van het rennen kostte me geen moeite, ik kreeg er alleen niet zoveel snelheid meer in. ‘Niet erg’, dacht ik bij mezelf. ‘Als je maar blijft gaan. Niet wandelen. Als je nu gaat wandelen, ben je nog drie uur bezig. Blijf lopen, blijf lopen, blijf lopen.’

Dus liep ik. Het Kralingse bos in. Langs de videoschermen (kilometer 34), met een half gelletje langs de waterpost (kilometer 35), met een halfslachtige grijns langs de cheering crews op kilometer 37 (inderdaad, bij het bord dat me naakte cheerleaders beloofde)(niet gezien, tegenvallertje). Vlak voor kilometer 40 liep ik achter ene Sanne. Sanne werd een paar honderd meter bijgestaan door een vriendin, die haar naar de plek praatte waar de halve wijk was uitgerukt om haar de laatste kilometers door te schreeuwen.

Ik heet natuurlijk geen Sanne, maar die golf van support en liefde en tof-heid had zoveel kracht dat hij mij ook optilde en meters meenam.

Zo’n marathon doet gekke dingen met je

En toen was ik alweer bij kilometer 40 en kon ik van mijn eigen supportteam genieten. Even een knuffel, kus, veel liefs en door. Ik heb in een kwartier nog nooit zo vaak mijn naam horen roepen. Nu wist ik zeker dat ik het zou redden, dat ik het rennend zou redden. En als een duveltje uit een doosje stond Laetitia daar weer. Met Ruut, die me verzekerde dat het er ‘heel goed uitzag!’. YEAH RIGHT RUUT, schreeuwde mijn hele lichaam. IK MOET NOG STEEDS 1,5 KILOMETER EN BEN AL EEN HALFUUR LANGER ONDERWEG DAN IK ZOU WILLEN.

Zo’n marathon doet gekke dingen met je.

De Coolsingel, met die ellendige traimrails. De finishboog. Hé-is-dat-niet-ja-verrek-het-is-Aboutaleb. Ik loop door. Wandel door. Strompel door. Ik ben er. Ik kan nog lopen. Ik heb het gehaald.

Leave your comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Related